Posts tonen met het label wetenschappelijk onderzoek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschappelijk onderzoek. Alle posts tonen

donderdag 28 oktober 2010

Natte hond: de wetten van de fysica


"Wanneer je het onmogelijke elimineert, is wat overblijft, hoe onwaarschijnlijk ook, de waarheid" (Sherlock Holmes).

Met dit motto in het achterhoofd concentreert Improbable Research zich op wetenschappelijk onderzoek “that makes people laugh and then think”.

Ze doen dit via een website met veel filmpjes, een magazine én ze reiken zelfs jaarlijks een eigen Nobelprijs uit.

Dit filmpje gaat over het ingenieus mechanisme van dieren (waaronder honden) die zich uitschudden.

Kijken!

(via Improbale Research)

woensdag 13 oktober 2010

Is jouw hond een optimist of een pessimist?


Honden kunnen ook optimist of pessimist zijn, dat beweren althans wetenschappers aan de universiteit van het Britse Bristol. "Gelukkige mensen hebben meer de neiging om een dubbelzinnige situatie positief in te schatten. We denken dat dit ook voor honden opgaat”, aldus onderzoekers aan de universiteit van Bristol.

Een van de experimenten ging als volgt: een volle voederbak werd altijd aan één kant van de kamer gezet, een lege aan de andere kant. Na een tijdje werd een volle voederbak precies in het midden geplaatst. Honden die kwispelend naar die nieuw geplaatste voederbak renden en er dus vanuit gingen dat daar wat te eten viel, werden als optimistisch bestempeld. Honden die twijfelend de nieuwe bak naderden, werden als pessimisten gecatalogeerd…

Lees een verslag van het onderzoek en een gesprek met de onderzoekers.

dinsdag 12 januari 2010

Gen voor dwangneurosen bij hond én mens


De beste vriend van de mens wordt stilaan ook de beste vriend van wetenschappers. Onderzoekers van het Broad Institute in Zweden brachten vier jaar geleden het DNA-profiel van de hond volledig in kaart en de eerste resultaten zijn niet alleen interessant voor honden, maar ook voor mensen.

Onderzoek naar honden-DNA blijkt namelijk nuttig te zijn voor hond én mens omdat die gemeenschappelijk DNA én gemeenschappelijke ziektes hebben, zoals epilepsie, kanker en fobieën. Doordat honden in de jongste tweehonderd jaar zeer intensief en selektief gefokt werden, zijn ze genetisch minder divers dan de mens, wat het makkelijker maakt om bij hen specifieke genen terug te vinden.

Dwangmatig gedrag komt, aldus het Broad institute, veel voor bij sommige hondenrassen, zoals bull terriers die staartjagen of dobermans die voortdurend hun flanken likken, tot bloedens toe of met huidinfecties tot gevolg. Wetenschappers zoomden daarop in op een gen bij doberman pinschers dat gelinkt wordt met dwangmatig likken en rusteloosheid.

Het onderzoeksteam nam DNA-samples van 150 dobermans, waarvan sommigen de dwangneurose vertoonden. Ze konden het gen CDH2 lokaliseren, dat verantwoordelijk zou zijn voor het dwangmatig gedrag. Hetzelfde gen wordt nu bij mensen met dwangneurosen bestudeerd, wat zou kunnen leiden tot een adequate behandeling van honden én mensen.

dinsdag 22 december 2009

Kat vs. Hond: wie wint?

De wereld is verdeeld in ‘hondenmensen’ en ‘kattenmensen’, die elk met vuur het eigen kamp verdedigen. Wie is superieur? Echt vergelijkende studies werden nog niet verricht, maar de laatste jaren is het onderzoek naar hondengedrag wel enorm toegenomen en het lijkt erop dat ook de katten in die zin meer en meer bestudeerd worden.

Zou het dan nu tijd zijn om die grote derby der huisdieren, het alles-of-niets duel tussen kat en hond te organiseren? The New Scientist vond van wel, maar doet dat uiteraard nog met een relativerende knipoog. Het blijft immers appels met citroenen vergelijken. Maar toch…

Kat en hond worden hieronder in 11 categorieën tegen elkaar afgewogen. Wie het meeste onderlinge duels wint, is ‘best in show’. Here we go!

1. Brein

Met 64 gram is het gemiddelde hondenbrein veruit groter dan dat van katten, dat slechts 25 gram weegt. Maar als je het afweegt per kilo lichaamsgewicht, winnen de katten. Het gewicht is echter geen goede maatstaf om intelligentie te meten. Daar heb je tests voor (zie verder). Wat wel kan een rol spelen, is de capaciteit om informatie te verwerken: het aantal neuronen in de cortex (het uitvoerende brein). Hier winnen de katten met 300 miljoen neuronen (honden: 160 miljoen)

Winnaar: kat
Score: kat: 1 – hond: 0

2. Domesticatie

Uit de laatste analyses van Peter Savolainen van het Royal Institute of Technology in Stockholm moet de hond zo’n 16.000 jaar geleden door de mens gedomesticeerd zijn, ergens in China.

Wanneer katten huisdieren werden, staat ook nog geen 100 procent vast. Uit oude Egyptische begraafplaatsen en op hiëroglyfen leren we dat katten populair waren in Egyptische huizen vanaf 3.000 voor Christus. Toch zijn er oudere sporen. Zo is er een 9500 jaar oud bewijs van een kat die op Cyprus bij een mens werd begraven.

Honden zijn hier dus een duidelijke winnaar.

Winnaar: hond
Score: kat: 1 – hond: 1

3. Binding

Mensen zeggen dikwijls dat de ‘onvoorwaardelijke trouw’ van de hond zijn grootste troef is. Zijn katten zo anders?

Adam Miklosi van de Universiteit in Boedapest (Hongarije) probeerde katten hierop testen maar faalde jammelijk. Katten vonden de onderzoeksomgeving te stresserend. Als ze nu maar wilden meewerken…

Katten zijn nochtans ook aanhankelijke dieren, maar ze staan wel op hun onafhankelijkheid. Dat komt omdat katten eenzaten zijn. Honden zijn roedeldieren en door domesticatie zijn ze nu gefocused op mensen. Honden zien ons graag, ze kunnen er echt niet aan doen.

Winnaar: hond
Score: kat: 1 – hond: 2

4. Populariteit

De echte test om te zien of een dier ook een goed huisdier is, is kijken hoeveel mensen er één hebben. Hier zijn katten duidelijk de winnaars. In de top tien van landen die het meeste kattenbezitters tellen, zijn er 204 miljoen katten. In de hondenlanden-toptien zijn er maar 173 miljoen honden.

Winnaar: kat
Score: kat: 2 – hond: 2

5. Begrijpen

Zelfs honden die niet zo snugger zijn, kunnen toch makkelijk een dozijn signalen of commando’s herkennen. Honden begrijpen ook een wijzende vinger, iets waar zelfs chimpansees niet in slagen.

Honden zoeken via ons gezicht naar informatie, bevestiging en begeleiding, vertelt Alexandra Horowitz van de Columbia Universiteit in New York in haar boek Inside of a Dog.

Maar je mag honden ook niet overschatten: de zogenaamd schuldige hondenblik blijkt een mythe. Ze hebben geleerd zich onderdanig te gedragen wanneer ze straf krijgen of verwachten.
En katten? Naar verluidt, opnieuw volgens onderzoeker Miklosi, zijn ze even goed in staat om ons te begrijpen, maar zijn ze helemaal niet inschikkelijk of gemotiveerd. Katten begrijpen echter ook onze aanwijzingen om voedsel te vinden. Nochtans, als het voedsel verstopt zit, gaan honden meer een beroep doen op hun baasje en proberen uitvissen naar waar hij/zij kijkt, terwijl katten tevergeefs blijven proberen om zelf te buit binnen te halen.

Begrijpen dat mensen kunnen verkrijgen wat jij wil, lijkt op valsspelen, maar gezien hun grote woordenschat en hun wil om met ons samen te werken, is het logisch dat de hond deze ronde wint.

Winnaar: hond
Score: kat: 2 – hond: 3

6. Problemen oplossen

Honden en katten kunnen bij gekruiste touwtjes niet uitmaken aan welk uiteinde er een beloning zit. Ze begrijpen ook niet dat er voedsel zit onder het aangekruiste blikje. Ze kunnen wel goed voedsel terugvinden dat op verschillende plaatsen verstopt zit. Katten werden hierop wel veel minder getest dan honden.

Van honden is geweten dat ze graag samenwerken met ons, in die mate zelfs dat het hun soms dommer doet lijken dan ze zijn. Hoe sterker de band met de baas, hoe meer ze lijken hun onafhankelijk denken op te geven. Dat verandert echter weer, wanneer ze door hun baas worden aangemoedigd om het zelf te doen.

Dat komt mooi tot uiting bij blindegleidehonden. Ze zijn meestal begeleider, maar stappen uit die rol wanneer ze zien dat hun meester het probleem zelf niet aankan.

Winnaar: hond
Score: kat: 2 – hond: 4

7. Vocaal

Analyse van kattengemiauw leert dat het akoestische patronen bevat die onze aandacht trekken. Het vocale repertoire van katten is echter nogal beperkt en meestal enkel herkenbaar voor hun eigenaar.

Honden zijn vocaal flexibeler. Ze variëren de lengte, bereik, toonhoogte en toon van hun geblaf en gebruiken karakteristiek geblaf in verschillende situaties. Zelfs wie nooit een hond had, kan toch uit het geblaf opmaken of de hond alleen, agressief of blij is. Wolven blaffen zelden. Waarschijnlijk hebben honden door de domesticatie hun woordenschat uitgebreid om met ons te communiceren.

Da’s mooi, maar … Katten bezitten een subtiliteit die de vezorgende kant in mensen wakker maakt. Het geluid zou inwerken op ons onderbewuste, net zoals babygehuil, dat op dezelfde frequentie zit, vertelt Karen McComb van de Universiteit van Sussex (UK).

Winnaar: kat
Score: kat: 3 – hond: 4

8. Trainbaarheid

Honden zijn makkelijk te trainen omdat we hen erop geselecteerd hebben. Honden leren zoals kinderen, letten op onze gebaren en stem. Honden leren daarbij door beloning. Katten ook. Ze zijn trainbaar, maar bijna niemand doet het, dus weten we er minder over.

Honden willen het ook echt. Ze zijn geïnteresseerd en nemen het serieus. Zelfs zonder training passen honden zich automatisch aan mensen aan. Dat kan volgens Marc Bekoff van de Universiteit van Colorado door spel: “Spelen geeft de hond de mogelijkheid om te testen waar de grenzen liggen van wat mogelijk is binnen zijn gezin”.

Winnaar: hond
Score: kat: 3 – hond: 5

9. Superzintuigen

Geur, zicht en gehoor zijn de belangrijkste zintuigen voor hond én kat. Ontelbare hondenrassen werden geselecteerd op hun reukvermogen. De neus van een bloedhond bijvoorbeeld bevat 300 miljoen geurreceptoren, tegen maar 5 miljoen in mensenneuzen. Maar hoewel de hondenneus legendarisch is, zijn katten niet te onderschatten. Omdat er zoveel verschillende hondenrassen zijn en de gemiddelde kattenneus toch 200 miljoen geurreceptoren bevat, heeft de kat een sterkere neus dan de gemiddelde hond.

Mensen zien scherper maar honden en katten hebben indrukwekkende capaciteiten als nachtkijkers, met een superieure gevoeligheid voor beweging. Wanneer er weinig licht is, zien katten het best.

Ze hebben bovendien een groter auditief bereik, van 45 tot 64.000 hertz. Veel meer dan honden dus, van 67 tot 45.000 hertz.

Winnaar: kat
Score: kat: 4 – hond: 5

10. Milieuvriendelijk

Katten eten 188 miljoen stuks ongedierte per jaar (heeft iemand blijkbaar ooit eens uitgerekend). Honden verstoren dan weer vogelnesten op de grond en vangen konijnen. Het echte verschil in ecologische impact zit echter in de consumptie. De ecologische voetafdruk van een gemiddelde hond – de hoeveelheid land nodig om een hond te voeden – is 0,84 hectare per jaar. Zelfs bij een chihuahua is het nog 0,28 hectare per jaar. Bij katten is het amper 0,15 hectare per jaar. Uitgemaakte zaak, dus.

Winnaar: kat
Score: kat: 5 – hond: 5

11. Nuttig

Honden kunnen jagen, hoeden en bewaken. Ze vinden bommen, drugs en mensen, begeleiden doven en blinden, trekken sleden en voorspellen aarbevingen. Katten zijn goed tegen ongedierte.
Ok. Dat is misschien niet fair. We houden huisdieren voor andere redenen. Katten zijn mooi en zacht en door hen te strelen verminderen we onze stress. Maar dat doen honden ook, en ze zorgen voor een lagere bloeddruk en minder cholesterol omdat je ze moet uitlaten. Honden zijn dus beter voor de gezondheid.

Winnaar: hond
Score: kat: 5 – hond: 6

Honden winnen, met een neuslengte.

Lees het volledige artikel of bekijk de video
(via The New Scientist)

maandag 14 december 2009

Pandabeer lijkt het meest op ... hond


Honden en beren hebben een gemeenschappelijke stamboom, maar ergens in de evolutie van de zoogdieren zijn hun wegen uiteen gegaan. Toch heeft recent Chinees onderzoek aangetoond dat pandaberen veel genetisch materiaal gemeen hebben met … honden. Nog verbazingwekkender is dat de panda - die alleen maar bamboe eet - geen genen heeft om planten te verteren.

Grondig genetisch onderzoek door het Beijing Genomics Institute leert dat de panda vooral genen heeft om vlees te verteren. Dat de panda toch z’n dagelijkse portie bamboe kan verteren, ligt waarschijnlijk aan de bacteriën die in zijn ingewanden huizen, eerder dan aan zijn genetische aanleg. De panda heeft namelijk geen genen voor enzymen die plantaardige cellen moeten afbreken. De onderzoekers vonden ook het T1R1 gen terug, een vleeseters-gen dat inactief is geworden. Ziedaar een carnivoor die planteneter is geworden.

De studie naar het panda-DNA moet helpen de panda beter te begrijpen, want de panda wordt bedreigd met uitsterven. Er leven er ongeveer nog 1.600 in het wild, 300 in gevangenschap. En er is niet alleen het probleem van de steeds verkleinende oppervlakte waarin de panda kan gedijen, de panda heeft het ook (letterlijk) lastig om zich voort te planten. Er worden daarom zelfs ‘porno voor panda’-programma’s gelanceerd.

Ook opvallend: van alle zoogdieren die onderzocht werden, leunt de panda het dichtst aan bij honden, met 80% gelijke genen. Vandaar dat ze (uiteraard) in Japan op het crazy idea kwamen om hondjes te fokken die eruit zien als kleine pandabeertjes.

(via Nature)

woensdag 18 november 2009

Brave Hond of Slimme Hond?


In het artikel ‘Good Dog, Smart Dog’ stelt de New York Times de interessante vraag of honden nu eigenlijk slim zijn, of ons gewoon heel graag behagen (‘eager to please’).

De jobs die honden voor ons doen lijken op het geniale af: verwittigen wanneer iemand een beroerte, een paniekaanval of een suikertekort gaat krijgen. Dergelijke honden hebben dan geleerd om intens naar de ‘patient’ te staren, zodat die zich bewust wordt van het nakende probleem en er iets aan doet. Of de hond gooit een speelgoedje in de schoot om de mens wakker te schudden uit zijn verstarde toestand. Krijgt iemand toch een beroerte, zal de hond zich zo opstellen dat ze een eventuele valpartij kan opvangen.

Zijn de honden die voor dit werk getraind worden zo geniaal? Zit het hem in de hersenen? Of in de neus?

Wat precies omgaat in de koker van honden is een lastige vraag en veel onderzoeken worden met het nodige skepsis onthaald. Nochtans worden hondentrainers- en onderzoekers de laatste jaren steeds inventiever in het ontdekken van mogelijkheden waarin de hond zijn talenten kan tonen. Honden kunnen kanker in een vroeg stadium opsporen, psychiatrische patiënten bijstaan, hun eigenaar eraan herinneren op tijd hun medicatie te nemen, zelfmoordpogingen en zelfverminking onderbreken.

Een Hongaars onderzoek toont hoe een hond bij een blinde en epileptische persoon ongedurig wordt net voor een aanval en geleerd heeft om te blaffen en baasjes gezicht en bovenarm te likken, telkens de hond een opkomende aanval detecteert.

Het blijft nog vrij mysterieus hoe honden dit kunnen waarnemen, of het nu door kleine gedragsveranderingen waar te nemen is of een vreemde geur die ze ruiken (zoals bij honden die kanker ruiken).

Naast deze kwaliteiten om zaken waar te nemen, waarbij trainers inspelen op hun natuurlijke hondse gaven, is er ook sprake van onderzoek naar hun meer menselijke intelligentie. Dan is vooral Stanley Coren, professor psychologie en auteur van verschillende (goede) boeken over honden, ervan overtuigd dat we hun intelligentie op dat vlak nog onderschatten en/of niet kennen.

Dan gaat het vooral over het peilen naar meer menselijke vaardigheden, zoals het aantal woorden dat ze kunnen onthouden of voorwerpen aanwijzen. Coren denkt dat honden, door zo lang met ons samen te leven, ook soms denken als een mens. Coren is ook de auteur van een intelligentietest voor honden, waarna hij tot een rangschikking kwam van slimste honden, met de border collie op nummer 1 en Duitse herders, poedels, retrievers en Labradors op de ereplaatsen.

Maar de vraag blijft zich stellen hoe slim honden echt zijn, zelfs als er honden opduiken zoals de Duitse herder Rico, die 200 voorwerpen kon onthouden, ook een maand nadat hij ze geleerd had.

Clive D. L. Wynne, psycholoog aan de universiteit van Florida, gelooft eerder in de sterke gevoeligheid die honden voor mensen hebben ontwikkeld en hun ‘will to please’ als uitleg voor hun opmerkelijke prestaties. Ze kunnen misschien menselijke woorden aangeleerd worden (hij kende zelf een bordercollie met 1500 woorden in zijn repertoire), maar dat wil niet zeggen dat ze daarom denken zoals een mens.

“Bij een hond draait het om de interactie met zijn baas, om uiteindelijk eten en aandacht te krijgen. Honden hebben een unieke manier van denken en het is een gelukkig toeval dat honds en menselijk denken genoeg overlappen, zodat we een goede band met elkaar kunnen krijgen. Maar we moeten onszelf niet wijsmaken dat honden zoals mensen naar de wereld kijken.”
(via NY Times)

zaterdag 7 november 2009

Enkel mensen en honden begrijpen een wijzende vinger


Wijzen is onbeleefd, zeggen ze. Maar het is een opmerkelijk gegeven dat van alle dieren enkel honden echt begrijpen wat we ermee bedoelen. Doe zelf de test en toon de hond een snoepje dat je dan onder één van drie omgedraaide potjes verstopt. Toon de hond met je wijsvinger onder welk potje het snoepje zich bevindt en de hond zal je aanwijzingen volgen.
Het lijkt eenvoudig, maar heb je al stilgestaan welke mentale inspanning het kost om een wijzende vinger te begrijpen? Aandacht hebben voor iemand, herkennen dat een gebaar een bedoeling heeft, een gedachte verwoordt, dat andere ‘schepsels’ kunnen denken.

Volgens Brain Hare van Duke University (North Carolina, USA) is het geen toeval dat de twee soorten die in staat zijn om te begrijpen wat aanwijzen betekent ook een band hebben met elkaar: mensen en honden. Veel dieren bezitten een vorm van sociale intelligentie, zodat ze met elkaar kunnen samenleven en samenwerken. Wolven bijvoorbeeld, de voorvaders van honden, leven in roedels die samen jagen en een complexe hiërarchie hebben. Honden daarentegen hebben een veel rijkere sociale intelligentie, omdat ze zich aangepast hebben aan een leven met ons. Wat wij mensen zo graag hebben bij honden, de vele manieren waarop ze zich integreren in ons leven, komt voort uit deze sociale vaardigheden. Brian Hare en andere onderzoekers proberen nu te onderzoeken hoe dit samenleven van mensen en honden hun opmerkelijke gaven heeft gevormd.

Sommige wetenschappers halen hun fascinatie onmiddellijk bij de honden, die van Brian Hare kwam voort uit onderzoek naar chimpansees. Die mensaap, die genetisch het dichtst verwant is aan de mens, kan de blik van een soortgenoot volgen om uit te maken wat die ziet en niet ziet. Deze vaardigheid lijkt enkel voorbehouden aan mensapen en mensen. Daarom waren de onderzoekers verbaasd om vast te stellen dat chimps nauwelijks de betekenis van een wijzende vinger begrepen, en dan nog enkel na veel training.

Terwijl chimpansees en wolven de aangeboren vaardigheid missen om te begrijpen wat aanwijzen betekent, hebben honden er een natuurlijke aanleg voor. Ze zijn zelfs niet beperkt tot hand- en vingersignalen. Ze begrijpen gebaren met de voet en hoofdknikjes. Ook puppies kunnen het. Het is gewoon honds gedrag.

Om dit te bewijzen, maakte Brain Hare opnieuw dankbaar gebruik van het Russisch experiment uit de jaren vijftig om vossen te domesticeren: vossen die niet achteruit deinsden of agressief reageerden toen mensen de tralies van hun kooi vastnamen, mochten zich voortplanten. Ondertussen zijn we veertig vossengeneraties verder en de resultaten spreken voor zich: de vossen die zich mochten voortplanten lijken ondertussen sterk op honden. Ze lopen vriendelijk naar mensen toe en kwispelen met hun staart. De test met het snoepje onder één van de potjes doorstaan ze met glans, zelfs de puppies. Fokken op aaibaarheid doet hun sociale intelligentie – onze gebaren begrijpen – ontwaken!

Toen in vroegere tijden de eerste hondachtigen (dus: de meest tamme wolven die in de buurt van mensen bleven en zich voortplantten) uiteindelijk gewend raakten aan mensen, gingen onze voorouders de honden die waakten of goed opletten op wat mensen bedoelden hen hiervoor belonen. Honden werden op die manier gestimuleerd om mensen goed in de gaten te houden. Zo leerden ze wat een wijzende vinger betekende.

In Hongarije liep onlangs een experiment om te kijken hoe tien maanden oude baby’s ons in de gaten hielden. De onderzoekers plaatsten, zichtbaar voor de baby, een speelgoedje onder een van twee potjes. Uiteraard wezen de baby’s het juiste potje aan. Het speelgoedje werd daarna meermaals onder hetzelfde potje verstopt, tot het tenslotte onder het andere potje verdween. Alhoewel ze het met hun eigen ogen zagen, kozen de baby’s toch voor het eerste potje…

Toen de onderzoekers het speelgoedje vastmaakten aan een touwtje, maakten de baby’s de fout niet. Zonder de afleiding van een volwassene, waren ze eerder geneigd om het juiste potje te kiezen. Kleine kinderen, zo blijkt, zijn zo geneigd om op volwassenen te letten, dat ze hun eigen waarnemingen negeren. Het experiment werd herhaald met honden en leidde tot hetzelfde resultaat. Niet met wolven: die gingen uit van hun eigen observaties en hadden geen aandacht voor mensen.

Wat de onderzoekers zich ook nog afvroegen, was waarom chimpansees, toch een stuk ‘slimmer’ dan honden, geen gebaren kunnen lezen. Brian Hare gelooft dat de reden niet te maken heeft met pure intelligentie, maar te wijten is aan hun persoonlijkheid. “Onze neefjes de apen zijn te veel afgeleid door hun agressie en competitiviteit om makkelijk onze gebaren te kunnen peilen. Chimpansees kunnen samenwerken om aan voedsel te geraken, maar bij de minste aanleiding om ervoor te vechten, doen ze het ook. Opdat wij mensen konden evolueren, hebben we moeten leren om niet uit ons dak te gaan bij het delen.”

(via TIME)

dinsdag 22 september 2009

Nieuw DNA-bewijs: hond is toch 15.000 jaar geleden ontstaan in China


Er is belangrijk bewijs gevonden voor de theorie dat de hond rond 15.000 jaar geleden een huisdier van de mens is geworden, in het zuiden van China. Uit genetisch onderzoek naar de afstamming van ruim 1500 honden uit Afrika, Azië en Europa blijkt dat de genetische diversiteit het grootst is in Zuid-China en dat verder weg van deze plek de diversiteit gestaag afneemt (Molecular Biology and Evolution ).

Dit is binnen de genetica het belangrijkste argument om de herkomst van een soort te bepalen. Hoe langer een soort op een bepaalde plaats heeft geleefd, hoe groter de onderlinge genetische variatie van de daar nog levende dieren is. Nakomelingen van dieren van de soort die naar elders migreerden kennen minder variatie, omdat altijd een selectie vertrekt en omdat ze minder tijd hebben gehad om – bij iedere nieuwe generatie – genetische variatie te laten ontstaan.

Uit nadere berekeningen aan het mitochondriaal honden-DNA blijkt dat de huidige hondenpopulatie waarschijnlijk afstamt van een paar honderd wolvinnen (minimaal 51) die in China leefden tussen 16.300 en 5.400 jaar geleden. Op grond van fossiele bewijzen is dan een oorsprong rond 15.000 jaar terug het meest waarschijnlijk.

Er is de laatste jaren wetenschappelijke onenigheid over het moment en plaats van de domesticatie van de hond – onmiskenbaar het oudste huisdier van de mens. Uit eerdere beperkte genanalyses rolden domesticatietijden van 15.000 tot 100.000 jaar geleden. In de prehistorische grot Chauvet zijn hondenpootafdrukken gevonden, samen met kindervoetsporen – waarschijnlijk 30.000 jaar oud. En vorig jaar bleek uit analyse van prehistorische honden- en wolvenschedels dat een schedel uit België van 31.000 jaar oud onmiskenbare kenmerken heeft van een ‘huishond’: een relatief korte en brede bek.

Maar de auteurs van het nieuwe onderzoek schrijven dat het heel moeilijk is om fossiele honden van fossiele wolven te onderscheiden. De kracht van het huidige onderzoek is dan ook dat mitochondriaal DNA van een zeer groot aantal honden is onderzocht waardoor een betrouwbaar beeld ontstaat van de ‘interne’ afstamming van de honden.

De onderzoekers vermoeden dat de honden gedomesticeerd werden in een tijd dat jagers/verzamelaars al langere tijd op één plek bleven wonen, voorafgaand aan het begin van de landbouw in China. ca 12.000 jaar geleden. Het oudste algemeen erkende hondenskelet is 11.000 jaar oud (een hondengraf uit Israël). Ook de genetische analyse wijst uit dat honden zich vrij snel na de domesticatie verspreid hebben over Eurazië.
(via nrc handelsblad)

maandag 20 juli 2009

Katten niet zo slim als honden...


Het zal kattenliefhebbers als kattengejank in de oren klinken, maar onderzoek suggereert dat katten niet zo slim zijn als honden, of dat ze in elk geval anders denken…

Prof in de psychologie Britta Osthaus zegt dat katten geen oorzaak-gevolg verbanden leggen. Ze testte dat door vis en koekjes aan een touwtje vast te binden en ze onder een stuk glas te leggen waar de katten de lekkernijen konden zien. Het was dan afwachten of de katten zo slim zouden zijn om aan het touwtje de lekkerij naar zich toe te halen.

Ze werden op drie manieren getest: met een enkel touwtje, met twee touwtjes (met maar één hapje) die evenwijdig lagen en twee touwtjes (eveneens met maar één hapje) die gekruist lagen.

Het enkel touwtje gaf geen problemen, maar - in tegenstelling tot eerder geteste honden – geraakten de katten niet wijs uit de twee evenwijdige touwtjes. Met de gekruiste touwtjes had één kat het voortdurend mis en slaagden de andere katten maar zoveel als kan aangenomen worden volgens de kansberekening.

De onderzoeker van de Canterbury Christ Church University in Kent zei dat de resultaten toch verrassend zijn omdat katten regelmatig hun klauwen gebruiken tijdens de jacht en spel. Ze deden het zelfs slechter dan honden, die toch tenminste aan de evenwijdige touwtjes wijs geraakten.

“Deze studie toont ons de grenzen van de intelligentie van katten”, zeggen de onderzoekers. We zeggen niet dat katten dom zijn, ze denken gewoon anders. Wij zijn mensen, we kunnen dus niet in hun plaats naar de wereld kijken of weten hoe zij die ervaren.”

(via The Guardian)

donderdag 11 juni 2009

Schuldige hondenblik is een mythe


Hondenbazen die denken dat je aan de hond zijn ‘schuldige blik’ kan zien dat ‘hij iets fouts heeft gedaan’, zitten er compleet naast. Je ziet misschien wel ‘schuld’, maar de hond voelt zich niet zo.

Onderzoeker Alexandra Horowitz van het Barnard College in New York toonde in een test dat als wij denken die typische schuldige blik van een hond te zien, dat enkel een interpretatie van ons mensen is, terwijl de hond best onschuldig kan zijn.
De test bestond erin dat mensen werden gevraagd een ruimte te verlaten en hun hond de opdracht te geven niet aan de koekjes te zitten. Wanneer ze opnieuw binnenkwamen, werd hen verteld dat de hond braaf was geweest, of niet. Er werd echter niet steeds de waarheid verteld. Dan kon je duidelijk zien dat de hond zijn schuldige blik niets te maken had met het feit of hij het koekje had gepakt of niet.

Honden keken het meest schuldbewust wanneer ze onder hun voeten kregen van hun baas, of ze het nu hadden gedaan of niet… De honden die braaf waren en toch werden berispt door hun (slecht geïnformeerde) eigenaars, keken nog het meest schuldig van allemaal. Daaruit besluiten de onderzoekers dat de schuldige blik afhangt van het gedrag van de eigenaar en niet van de daden van de hond.
Mijn opmerking: honden die, nog voor dat de baas begint te schelden, een onderdanige (schuldige) lichaamshouding aannemen, hebben hun ‘overtredingen’ in het verleden telkens gestraft geweten en dus met elkaar verbonden (klassieke conditionering; het gedrag wordt automatisch geassocieerd met straf)

maandag 11 mei 2009

Stoppen met roken… voor de hond?


Het is niet gezond, dat weet iedereen. Toch kunnen/willen veel rokers hun sigaretten niet opgeven. Maar misschien is er wel een nieuwe motivatie die sterk genoeg is… namelijk de gezondheid van onze beste vriend, de hond.

Onderzoekers in Detroit stelden de vraag aan 3.300 hondeneigenaars of ze het roken zouden opgeven voor hun hond, in de wetenschap dat honden ook passief meeroken en het dus hun gezondheid kan schaden. Ongeveer 1 op 5 deelnemers waren rokers en daarvan zei een derde dat de gezondheid van de hond hen zou motiveren om hun slechte gewoonte op te geven.
Bij de niet-rokers zei 16% dat ze inwonende rokers zouden aansporen om te stoppen, ‘voor de hond’, en zei 24% dat ze rokers zouden vragen om ‘buiten te gaan paffen’. Een conclusie zou kunnen zijn dat de gezondheid van onze huisdieren misschien een nieuw thema kan worden in de talrijke anti-rookcampagnes die door de overheid worden opgestart.

Dat roken ook voor onze hond en kat nadelig is, bewijst een studie van het Tufts College of Veterinary Medicine, die meer gevallen van mondkanker vaststelden bij katten die bij rokers inwoonden. Vooral katten zijn kwetsbaar omdat de schadelijke sigarettenrook zich makkelijk in hun vacht nestelt. Wanneer de kat zichzelf wast en likt, gaat er ook vacht mee naar binnen.
Honden die bij rokers wonen, kunnen kanker aan neus en sinussen krijgen, beweert een onderzoek van de Colorado State University. Vooral honden met een lange neus lopen gevaar. Bij honden met een kortere neus worden er meer gevallen van longkanker vastgesteld.
(via The New York Times)

maandag 4 mei 2009

Slechte opvoeding maakt honden agressief


Welke hondenrassen zijn gevaarlijk? Zijn dat enkel de typische vechtrassen die inderdaad veel schade kunnen aanrichten? Of gaat het ook over populaire hondenrassen die weinig of niet opgevoed worden? Typische gezinshonden, zoals Labradors, cocker spaniëls en jackrussels, kunnen immers ook bijten...

Zo stond het letterlijk in een vorig bericht op hondsdol, geschreven naar aanleiding van verschillende bijtincidenten. Wanneer er – na de feiten – weer eens boompjes worden opgezet hoe hieraan kan verholpen worden, zien we twee meningen. Er is een strekking die vraagt om ‘gevaarlijke’ hondenrassen te verbieden. En er zijn mensen die vinden dat alle honden kunnen bijten en er dus meer moet gekeken worden naar de oorzaak van dat gedrag. De resultaten van een recent onderzoek in Spanje lijkt deze laatste groep gelijk te geven.

De universiteit van Cordoba voerde onderzoek naar de factoren die agressief gedrag bepalen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, heeft dit weinig te maken met het ras of de leeftijd van de hond, maar des te meer met hoe de eigenaar zijn hond heeft opgevoed. Of niet heeft opgevoed.
Enkele oorzaken van agressiviteit volgens het onderzoek: eerste hond voor de eigenaar (weinig ervaring), geen basisopvoeding meegeven, teveel verwennerij, geen fysieke straf geven wanneer het nodig is, foute raskeuze (waakhond als cadeautje voor de kinderen…), teefjes steriliseren, voortdurend eten laten staan, weinig tijd doorbrengen met de hond.
“Je zou dit eigenlijk kunnen samenvatten als: je hond een slechte opvoeding geven”, zegt onderzoeker Joaquín Pérez-Guisado.

Het Spaanse team onderzocht 711 honden, waaronder de bullterrier, Amerikaanse pitbullterrier, Duitse herder, boxer, rottweiler, doberman, maar ook de ‘bravere’ rassen zoals de dalmatiër, Ierse setter, goldenretriever, labrador, poedel, chihuahua, Pekingees en Franse bulldog.

Er zijn factoren, eigen aan de hond, die kunnen leiden tot meer agressie: over het algemeen mannetjes van bepaalde rassen tussen de 5 en 7 jaar oud, maar het onderzoek toont volgens Pérez-Guisado duidelijk aan dat de factoren, gelinkt aan het baasje, veel invloedrijker zijn.

“Om agressief gedrag te corrigeren (vermijden) moet de eigenaar opnieuw baas worden over de hond”. Als het over fysieke straffen gaat, zegt de onderzoeker dat “deze methode niet met alle honden kan werken (indien te gevaarlijk of te weinig ervaring), maar zeker met kleinere en 'zachtere' honden. Fysiek corrigeren is uiteraard geen vrijgeleide voor een brutale behandeling. Het mag enkel een manier zijn om onze dominantie te tonen”.

De conclusie luidt in elk geval: wie agressie bij zijn hond wil vermijden, begint best met een degelijke opvoeding.

Je kan het volledig rapport hier lezen: Pérez-Guisado, Joaquín; Muñoz-Serrano, Andrés. 'Factors Linked to Dominance Aggression in Dogs'. Journal of Animal and Veterinary Advances, 2009; 8 (2): 336-342 [link]
(via Sciencedaily)

donderdag 30 april 2009

Wetenschappers klonen fluoriserende hond


Na de muis met een oor op zijn rug, nu: de fluoriserende hond. Zuid-Koreaanse wetenschappers wisten als eersten ter wereld vier van zulke puppies te klonen. Onder een ultraviolette lamp lichten ze rood op.

De rood oplichtende honden zijn op zich nutteloos, geeft professor Lee Byeong-chun, die het onderzoeksteam leidt, toe aan persagentschap AP. De fluorisering toont alleen aan dat de wetenschappers succesvol gemodificeerde genen wisten over te brengen.

Professor Lee is van plan om menselijke genen te implanteren tijdens het klonen. Daarmee hoopt hij een nieuwe behandeling te vinden voor genetische ziektes zoals Parkinson.
Het is niet de eerste keer dat dieren oplichten. Wetenschappers in de Verenigde Staten, Japan en Europa kloonden al fluoriserende muizen en varkens.

woensdag 29 april 2009

Op zoek naar de unieke geur (van terroristen)


Wie een idee heeft dat kàn werken, zit goed bij DARPA, de onderzoekscel voor militaire technologie van de Amerikaanse regering. Je krijgt er de kans om de gekste dingen te proberen, met de luxe om te mogen mislukken. En als het gaat om vernieuwende, militaire technologie, zijn honden blijkbaar een goede inspiratiebron voor het Amerikaans leger: momenteel wordt de ‘Big Dog Robot’ getest, een vierpotige computer die zelfstandig 150 kilo aan wapens kan vervoeren op oneffen terrein. De hond als lastdier in de 21e eeuw.

DARPA (Defence Advanced Research Projects Agency) werd in 1958 in allerijl opgericht, als reactie op de Spoetnikcrisis (de onverwachte lancering van een Russische satelliet) en startte in 1968 met de ontwikkeling van het ARPANET, de voorloper van het latere internet. Na de Koude Oorlog ging het zich meer richten op de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie.

Het Amerikaans leger laat nu door DARPA onderzoeken of terroristen te identificeren zijn aan de hand van hun geur. De menselijke geur is namelijk zo uniek, dat dit middel wel eens beter zou kunnen zijn dan retina-scans en vingerafdrukken. En als het gaat om geur herkennen, kom je uiteraard bij honden uit.

Het project, Unique Signature Detection genaamd, zou zelfs meer voordelen kunnen bieden dan een retina-scan. In tegenstelling tot onze oogleden, hebben we onze geur niet onder controle. Zelfs nadat hij de plaats van een misdrijf heeft verlaten, kan de geur van een terrorist over grote afstand verspreid raken en nog een tijd blijven hangen.

De wetenschap op dit terrein is nog groeiende, maar het is uiteraard al afdoende bewezen dat geurdetectie werkt. Ontelbare dieren gebruiken geur om voedsel te zoeken, territorium af te bakenen en iemand te herkennen. Daar worden niet alleen honden op getraind: ook wespen zoeken naar drugs, bommen en lijken.

Hoe we ruiken wordt bepaald door genen die we vinden in cellen die belangrijk zijn voor ons immuunsysteem. Die genen bepalen onze persoonlijke code en de mate waarin we verschillen van geur met anderen. Wat de wetenschappers nog niet weten, is hoe de verschillen in genen resulteren in de verschillende geuren. Ook niet onbelangrijk maar nog onontgonnen terrein, is de mate waarin factoren zoals dieet, gezondheid en zelfs shampookeuze onze ‘natuurlijke’ geur kan veranderen. Honden en andere dieren zouden zich echter door hun gesofisticeerde reukorgaan niet laten afleiden door deze externe, veranderlijke factoren.

Dit militair onderzoeksprogramma kan zelfs nuttig zijn voor gewone burgers. Als ons immuunsysteem een uniek geurpatroon aanmaakt, kan dit proces ook omgedraaid worden: via geur kan dan een specifiek immuunsysteem opgespoord worden. Bij orgaantransplantatie moeten donor en ontvanger immers een vrij gelijkend immuunsysteem hebben. Bovendien, indien specifieke ziektes een persoonlijke geur kunnen veranderen, zou je geurdetectie kunnen inzetten om vroege diagnoses te stellen.

zondag 29 maart 2009

Honden die kinderen bijten: het is altijd 'de eerste keer'


Naar aanleiding van het bijtincident in Willebroek vorige week, waar een baby zwaar werd toegetakeld en - een ongeluk komt nooit alleen - een gelijkaardig geval dit weekend in Frankrijk, wel met fatale afloop, een interessant onderzoek (via: Sciencedaily) over honden die kinderen bijten.

In Willebroek had de hond blijkbaar al eerder gebeten (zie Het Nieuwsblad), maar in de praktijk, zo blijkt uit het onderzoek, is het meestal 'de eerste keer'... De op het eerste gezicht wat vreemde titel is dan ook 'Dogs That Bite Children Have Often Not Bitten Kids Before', vrij vertaald 'Honden die kinderen bijten, hadden dat nog niet eerder gedaan'. (Mijn bedenking: honden die kinderen bijten, krijgen meestal geen tweede kans...)

Wat eigenlijk hetzelfde is als wat Jean Donaldson zegt in haar boek 'The Culture Clash': "Het is verraderlijk dat bijna elke eigenaar van een hond die heeft gebeten, meestal 'zonder reden', dacht een 'brave' hond te hebben, tot op de dag of zelfs de minuut voordat diezelfde hond voor de eerste keer uithaalde."

Donaldson stelt het duidelijk: er zijn geen brave honden die niet bijten en minder brave honden die het wel doen. Bijten is natuurlijk gedrag, elke hond doet het, of elke hond kan het doen, afhankelijk van de omstandigheden.

In het onderzoek, verschenen in het British Medical Journal, lezen we dat honden die kinderen bijten onderliggende gedrags- of medische problemen vertoonden. Het onderzoeksteam analyseerde de omstandigheden van 111 bijtincidenten en de analyse toonde enkele duidelijke gedragspatronen, niet echt toe te wijzen aan een bepaald ras.

Jonge kinderen lopen veel meer kans om gebeten te worden wanneer honden denken hun eten of bezittingen (speelgoed) te moeten verdedigen. Oudere kinderen worden vooral geconfronteerd met honden die hun territorium verdedigen.

Kinderen die met de hond vertrouwd zijn, hebben meer kans om gebeten te worden omdat hij zijn eten beschermt, kinderen die niet vertrouwd zijn, worden meer gebeten omdat de hond zijn domein beschermt.
Over het algemeen wijst gedragsanalyse uit dat honden het meest agressie tonen om hun bezittingen of territorium te verdedigen.

Drievierden van de honden toonden ook onrust wanneer ze, in afwezigheid van het baasje, werden blootgesteld aan lawaai, zoals onweer of vuurwerk. Honden die duidelijk bang zijn, tonen een neiging tot bijten wanneer ze bedreigd worden. Wanneer jonge kinderen luidruchtig zijn en onverwachte bewegingen maken, kan dit een reeds verontruste hond bang maken en doen bijten.

Na onderzoek bleek ook dat de helft (!) van de honden die beten medische problemen hadden, meestal in verband met botten en huid. Ook oogproblemen, lever- en nierziekten, hormonale storingen en infecties kwamen voor. In dat geval, zeggen de onderzoekers, zou de pijn mee kunnen geleid hebben tot het agressieve gedrag.

Eén op vijf honden had nog nooit gebeten, tweederden had nog nooit een kind gebeten.

woensdag 25 maart 2009

Computer analyseert blaffende honden


In Hongarije werd onderzoek gedaan naar de betekenis van en de verschillen in hondengeblaf. Ook werd gekeken of een computer het geblaf beter kan onderscheiden dan mensen. Eigenlijk lukte dat maar net.

Wetenschappers bestudeerden aan de hand van ‘intelligente software’ meer dan 6.000 geluidsopnames van 14 blaffende Hongaarse herdershonden (foto). Er werden verschillende soorten blaf opgenomen:

- naar vreemden die het huis naderen wanneer de baas niet thuis is
- tijdens aanmoedigingen om in de ‘mouw’ te bijten
- wanneer het baasje de intentie toont om te gaan wandelen
- wanneer het baasje de intentie toont om een balletje te gooien
- wanneer ze achtergelaten worden

Na analyse herkende de computer de verschillende soorten geblaf in 43 procent van de gevallen, mensen scoorden 40 procent. De computer herkende ‘wandelen’ en ‘balletje’ beter dan mensen. Die herkenden beter ‘balletje’ en ‘ik ben alleen’.
In de helft van de gevallen herkende de computer welke hond geblaft had, terwijl mensen helemaal geen onderscheid konden maken welke hond nu eigenlijk blafte.
Researcher Csaba Molnár van de Eötvös Loránd University in Hongarije denkt dat het computerprogramma de geluiden van elk dier zou kunnen herkennen, maar dat honden ideaal zijn om te bestuderen, omdat mensen en honden al duizenden jaren samenleven: “Wanneer honden en mensen communiceren, kan je tenminste begrijpen wat ze ongeveer bedoelen, de communicatie tussen dieren onderling is veel moeilijker te vatten.
In volgende experimenten zullen de onderzoekers het geblaf van de verschillende hondenrassen vergelijken. “Omdat ze voor verschillende taken werden gefokt, kunnen ze wellicht verschillend blaffen”, besluit Molnár, die zijn bevindingen publiceerde in het blad Animal Cognition van 15 januari ll.

maandag 23 maart 2009

Recept voor bijtwonden: kinderen, honden en warm weer


Kinderen die op een mooie lentedag in het park spelen waar ook honden loslopen... wees voorzichtig. Het is misschien een wat geforceerde samenvatting, maar het is wel de uitkomst van een onderzoek naar bijtincidenten bij kinderen door de universiteit van Buffalo (USA).

De resultaten tonen dat kinderen vooral gebeten worden in het hoofd en de nek en dat er een verband is tussen het aantal incidenten en de stijgende temperatuur.

"Een hond is de beste vriend van de mens, maar kan een nachtmerrie worden voor een kind", zegt onderzoeker Philomena M. Behar. Kleine kinderen begrijpen immers niet altijd dat ze moeten afstand houden. Voor honden lijken ze soms op prooien, zeker als ze spelen, en kinderen kunnen niet vluchten of zich verdedigen."

Het onderzoek verschijnt in een magazine over hoofd en nekchirurgie en haalt de gegevens uit 84 gevallen van kinderen tot 19 jaar die door een hond gebeten werden, tussen 1999 en 2007.

De gemiddelde leeftijd van de slachtoffers was zes jaar. Een derde van de beten was in de kaak, 21 procent in de lippen, 8 procent in neus en oren. 64 Procent had meer dan één wonde in het aangezicht, 40 procent moest onder volledige verdoving geopereerd worden.

Het aantal hondenbeten steeg samen met de temperatuur en - misschien nog het opvallendst - de gezinshond was in ruim een kwart van de gevallen de dader.

Pitbullterriers werden het meest herkend of aangegeven als dader, maar in veel gevallen was het ras ook niet gekend of opgetekend.

De onderzoekers besluiten dat het bij bijtincidenten even belangrijk is om precieze informatie te verzamelen over de omstandigheden, met andere woorden of de kinderen ook onder toezicht stonden en wat precies het gedrag van de hond kan uitgelokt hebben.

maandag 9 februari 2009

"Zwarte wolf dankt kleur aan hond "


Veel grijze wolven in Noord-Amerika hebben een zwarte vacht. Ze dragen een gen dat stamt van honden die duizenden jaren geleden met hun voorouders hebben gepaard. Dat melden Amerikaanse en Canadese wetenschappers in het tijdschrift Science (5 december). Zwarte wolven komen vrijwel alleen in Noord-Amerika voor.

Het zogeheten beta-defensine gen is dominant, waardoor een wolf met één kopie van het gen toch zwart wordt. Daarnaast lijkt de mutatie een selectief voordeel te bieden. Welk voordeel dat zou moeten zijn, is echter onduidelijk.
Zwarte wolven komen veel vaker voor in de bossen dan in de toendra’s van Noord-Canada (62 versus 7 procent), dus mogelijk zijn ze beter gecamoufleerd (hoewel oudere zwarte wolven grijs worden). Wellicht ook levert het gen meer weerstand tegen infecties op, aldus de auteurs.
De onderzoekers vergeleken het dna van 41 zwarte, witte en grijze wolven in het Canadese Arctische gebied en 224 zwarte en grijze wolven uit Yellowstone Nationaal Park met het dna van gewone honden en grijze en zwarte coyotes.
De genetische vergelijking wijst uit dat de mutatie 10 tot 15 duizend jaar geleden in de wolvenpopulatie is verschenen. Rond diezelfde tijd migreerden de voorouders van de Indianen met hun (inmiddels uitgestorven) gedomesticeerde honden via de drooggevallen Beringstraat naar de Nieuwe Wereld. De hondenmutatie zelf is ongeveer 50 duizend jaar oud.
De auteurs noemen het uniek dat de genetische diversiteit van een wilde diersoort door menselijk toedoen verrijkt is met een blijkbaar voor de populatie nuttige eigenschap.

(een uitgebreidere versie vind je op kennislink.nl)
(het originele artikel in science.com)

zondag 8 februari 2009

30% van de honden krijgt vorm van kanker


Bestrijding van kanker bij huisdieren is een stap dichterbij gekomen. Dat blijkt uit een scriptie door Floryne Buishand (22), verbonden aan de Faculteit Geneeskunde Utrecht. Zij werd daarvoor onderscheiden door het Nederlands Kankerfonds voor Dieren (NKFD), tijdens een oncologiecongres in Soesterberg.

Buishand toonde aan dat er op basis van bloedonderzoek uitspraken te doen zijn over de agressie van een tumor en over de levensverwachting van een hond. Het NKFD noemt haar ontdekking een doorbraak. „Er is nog wel een lange weg te gaan. Het is niet zo dat morgen een dierenarts na een bloedtest een eigenaar van hond kan meedelen hoe groot de levenskansen van het dier zijn”, aldus Buishand.

Onderzoek naar kanker bij dieren is belangrijk. Net als bij mensen, komt kanker steeds vaker voor bij gezelschapsdieren.
Volgens het NKFD zal ongeveer 30 procent van de honden en katten in de loop van hun leven een vorm van kanker krijgen.

Buishand heeft zich tijdens haar onderzoek beperkt tot honden. Onderzoek naar kanker bij dieren staat op een laag pitje, voornamelijk door geldgebrek. Het NKFD wil door fondsen te werven het onderzoek stimuleren en hoopt tevens dat door deze prijs het onderzoek meer in de aandacht van studenten komt te staan.
(via De Telegraaf)

maandag 2 februari 2009

Doe mee aan de grote poepeet-enquête!


Honden kunnen rare dingen doen..., maar dit slaat toch alles! Waarom ze het doen? In één van m’n favoriete hondenboeken, ‘De waarheid over honden’ van Stephen Budiansky, vinden we volgende uitleg:

Het is voor een aaseter (die de wilde hond nog altijd is) normaal gedrag om uitwerpselen te eten van grote hoefdieren. Daarnaast eten teefjes met pups ook de uitwerpselen van hun jongen op, om het nest schoon te houden. Wanneer honden echter hun eigen poep of die van andere honden opeten, is dit instinct in de verkeerde richting ‘doorgeschoten’.
Als oorzaak geeft Budiansky verveling of een tekort aan vezels in het voer op, maar wijst toch vooral op de fantastische reactie die het uitlokt bij het baasje. Dat is meestal voldoende om het gedrag te versterken (zie ook: blaffen). Beter is het dus te negeren of te … voorkomen.

De universiteit van Wageningen (Nl) deed onderzoek bij ruim 2600 hondeneigenaren omtrent dit fenomeen. Enkele opmerkelijke vaststellingen:
- Slechts een kleine groep doet het niet
- 85% eet poep van andere dieren
- 9% eet alleen poep van andere honden
- 6% eet alleen eigen poep
- Het komt vooral voor bij jongere dieren (‘pups nemen alles in hun bek, ontdekken zo de wereld’)
- Lichamelijke oorzaak 1: er zou een verband bestaan met lever- en alvleesklierproblemen
- Lichamelijke oorzaak 2: er zou een verband bestaan met een tekort aan thiamine (vitamine B)
Uit de voorlopige onderzoeksresultaten komen een aantal risicofactoren naar voor:
- Leeftijd: meer dan de helft is jonger dan 1 jaar (wat de indruk versterkt dat de manier waarop je reageert bepalend kan zijn voor de evolutie van dit gedrag)
- 3 maaltijden per dag zou een risicofactor zijn… (vooral jongen honden eten 3 keer per dag…)
- Geslacht: het komt vaker voor bij teven dan bij reuen
- Lijkt vaker voor te komen bij honden die lijden aan chronische stress
- Lijkt vaker voor te komen bij honden die gecastreerd zijn en bij honden met een gulzige eetstijl, bij honden die etensresten, afval of oneetbare voorwerpen opeten
- Ras: opvallend is dat vooral spaniëls, waterhonden en retrievers relatief vaker poep eten…
Het onderzoek biedt dus nog geen definitief uitsluitsel, maar geeft wel al enkele interessante indicaties. Zo wordt er op de rasgroep van de ‘jachthonden’ doorgewerkt: op de website van de universiteit van Wageningen is een enquête geopend voor mensen met spaniëls, retrievers en waterhonden.

Je kan het volledige rapport over coprofagie bestellen via de website van dogvision.
(foto via jopke.nl)